Aan de Voet van de Himalaya

De gesp van mijn backpack drukte stevig in mijn buik. Ik frommelde het buskaartje uit mijn broekzak, ik had geen idee hoe ik de touringcar kon herkennen. ‘Zijn jullie ook de weg kwijt?’, zei ik grappend tegen twee kleine meisjes met veel te grote tassen. Ik weet niet meer of ze iets terug zeiden, maar ik liep met ze mee en samen vonden we de enige bus op het parkeerterrein. Ik was laat en de laadruimte was vol. Mijn tas mocht die nacht bovenop de bus blijven.

Ik stapte in en op de bovenste trede gaf ik het gekreukte buskaartje aan de chauffeur. Hij las het nummer hardop voor en wees zonder te kijken naar het eind van het gangpad. Onderweg naar achteren verloor ik langzaam mijn glimlach, daar in de verte lonkte stoel 33. Het was de middelste stoel van de achterbank, ik begreep meteen dat dit het lot is van de laatkomer. Ik had het laatste kaartje voor deze elf uur durende busreis gekocht, stoel 33 zou me hier de hele rit aan blijven herinneren. Mijn voeten kwamen niet bij de grond en ik had niets voor me om mijn bovenlichaam mee op te vangen. Bij elke rem zou ik door het gangpad schieten.

Lange busreizen zijn een verschrikking voor de reiziger met reisziekte en helaas nemen ze vaak de hele bus mee in hun ondergang. Ik ben zo’n ongelukkige, maar spugen, nee, dat heb ik nooit gedaan. Wel vroeg ik aan een jongen met tattoos en lang haar hoe ik deze reis het best kon doorkomen. De jongen moest lachen en gaf me twee aangebroken strips met benzodiazepinen. ‘Ik heb er net vier op, ze zijn niet zo sterk’. Ik wist niet goed hoe ik moest reageren. Kort hierna begreep ik dat de hele bus aan de Indiase Valium zat. Ik voelde me voor het eerst in mijn leven een dorpsjongetje… het enige dat ik had was Primatour van de Kruidvat.

De bus was gevuld met backpackers, men sprak Engels of Hebreeuws met elkaar. Ik begon grapjes te maken, daar achterin de bus. Ik klom weer even in de rol van de gangmaker. Het is een van m’n favorieten, jammer dat ik hem in India zo weinig uit de kast kan trekken. Zulk oppervlakkig en energiek gedrag werkt altijd extra goed in groepen waar men elkaar niet kent. Ergens in de puberteit vond ik de kraan van die fontein aan spontaniteit, onzeker als ik was – dat waren we toen allemaal – draaide ik de knop langzaam open. Dat beviel wel en het ding is nu de trekpleister van m’n persoonlijkheid. Men gooit er graag wat muntjes in; ik heb er al een hoop vrienden en contacten aan overgehouden.

Zo leerde de bus Ernest kennen en iedereen bereidde zich voor op het slapen gaan. Ik stelde me nog snel voor aan mijn buren. Naast me zat een Britse jongen met een deftig accent, alsof hij net uit een BBC uitzending was komen aangelopen. Hij zag eruit als een student maar hij vertelde me dat hij vrachtwagens bestuurt. Nog iets later begreep ik dat hij Robert heet en dat hij verslaafd is aan drugs. Zijn alledaagse verschijning contrasteerde dusdanig met zijn werk en hobby dat ik hem direct bombardeerde tot een van mijn favoriete reismaatjes. Aan mijn andere dij zat een Israëlisch meisje dat lelijk Engels sprak, meer niet. Wel ben ik later die avond tegen haar aan in slaap gevallen. Het zijn de kleine genoegens van zo’n lange busreis.

Robert speelde Pokémon op zijn antieke gameboy en ik leerde ondertussen alles over de NAVO en haar artikel 5. Af en toe vertelde ik hem wat feitjes.
Zo startte de reis en onze vriendschap: hij ving fictieve diertjes en ik maakte me steeds meer zorgen om de Griekse crisis en een in het nauw gedreven Rusland.

Toen de achterste rij plotseling begon te bewegen besefte ik pas dat ik even had geslapen. Het was inmiddels pikdonker buiten. De bus stond slordig geparkeerd tussen grote Indiase vrachtwagens. Ik stapte enigszins verwilderd uit, het was alsof ik weer even opnieuw moest leren lopen. Buiten kocht ik twee zakjes chips bij de wegwinkel. Tussen het plassen en het strekken van de benen graaiden er vele handen naar de chips, het aluminiumfolie kraakte vrolijk van alle aandacht. Daar stonden we midden in de nacht; als kleine kinderen op schoolreisje, snoepend en met smart wachtend op het ronken van de bus.

Weer binnen zetten mijn voeten zich schrap tegen de stoelen schuin tegenover me. Ik werd er steeds beter in. De eerste wet van Newton had me in VWO 5 voor het laatst wakker gehouden, ik wilde het dit keer voorkomen. Ik deed er alles aan om niet door de bus geslingerd te worden. Verplichte gordels zou heel India goed doen, maar een gordel op Stoel 33 was pas echt onontbeerlijk.

Tijdens elke onderbreking van mijn slaap zag ik met kleine ogen dat er weer een uur verstreken was. Deze busreis ging me veel te goed af, ik snapte er niets van. Toen het buiten licht werd zag ik hoe mooi het was. De groene omgeving flitste voorbij en in de verte zag ik met sneeuw bedekte bergtoppen. Zelfs de lucht voelde schoon. Ik besloot om wakker te blijven, dromen doe ik toch niet.

image
Uitzicht

We kwamen aan in Manali, een backpackers enclave in het noorden van India. Het stadje ligt geïsoleerd tussen kilometers hoge bergen en wordt in tweeën gedeeld door een wild stromende rivier. Deze plaats kan op veel aandacht rekenen. Zowel backpackers als welgestelde Indiërs komen hier graag genieten van de koelte en het landschap. Voor het eerst tijdens mijn reis was ik ergens op de afgesproken tijd en plaats, dit was het hoofdseizoen.

De gameboy van mijn buurman was inmiddels leeg en de bus reed een kiezelstenen parkeerplaats op. Buiten stond ik in mijn T-shirt naast slaperige jassen te wachten op mijn backpack. De jongen met de tattoos en het lange haar kroop ineen van de kou, hij had net als ik ook geen jas of trui. De zon moest nog komen en de ochtenddauw hing als een koude deken boven de grond. De situatie deed me kort denken aan het straatbeeld in Nederland, ergens in de maand maart. Op deze dagen maakt de temperatuur zulke sprongen dat velen geen idee hebben wat ze aan moeten trekken. Dan lopen de dikke winterjassen naast de T-shirts op de stoep. Iedereen begrijpt dat één van de twee verloren heeft.

Mijn tas werd tactvol van het dak van de bus gegooid en ik was blij ‘m weer te zien. Ik bedankte de buschauffeur voor de veilige aankomst, maar hij begreep me niet. Samen met zijn bus bleef hij achter terwijl zijn passagiers zich ongeduldig verspreidden over de verschillende dorpjes.’Ik heb gehoord dat we ook kunnen lopen’ , zei ik tegen Robert. ‘I hate walking’, antwoordde hij. Ik heb eigenlijk ook een hekel aan lopen. De rikshaw was dus nauwelijks een compromis te noemen. Omdat backpackers over het algemeen geen geld hebben, wordt alles wat deelbaar is door drie gedeeld door minimaal vijf. Zodoende zat er een meisje op Robert zijn schoot en zat ik met mijn voeten tussen de pedalen van de bestuurder.

We installeerden ons in een hotel op een heuvel en de dagen die volgden waren kalm en nietszeggend. Elke dag voelde als een zondag, het was geoorloofd niets doen, maar dan met z’n allen tegelijk. Als ik terugkijk op de afgelopen weken merk ik dat drie maanden India een lange tijd is, de intensiteit en snelheid zijn eruit. Ik heb nu behoefte aan een goed boek en een schoon bed, niet aan een tempel of een schreeuwende taxichauffeur. Ik kan het mezelf niet kwalijk nemen. Hoewel ik me de afgelopen maanden tolerant heb opgesteld tegenover de hitte –  ik vond het eigenlijk wel lekker – voelde ik nu een onwijze rust en gemak. Het was hier koel en aangenaam, ik was hier in Manali in een ander India, ik kon even opladen.

Op het centrale pleintje beneden in het dorp zag ik steevast twee vrouwen staan. Het waren oude vrouwen met antieke neuspiercings die wachtten op mensen zoals ik. In hun hand houden ze een groot wit konijn vast en als het regent ook een paraplu. Ze willen geld voor een foto, minimaal tien roepie. Het is zo absurd dat ik er lang naar kan kijken. Zo zat ik op een willekeurige namiddag ergens eenhoog koffie te drinken, midden in een slok zag ik hoe een Indiase toerist al poserend voor de foto zo’n konijn uit haar handen liet glippen. Het knaagdier viel minstens een meter naar beneden en plofte neer op de natte straat. Vanaf toen was het een vuil wit konijn.

image
‘Tien roepie’

Het hotel op de heuvel had een hoop weg van de Petteflat. Uiteenlopende nationaliteiten en leeftijden konden moeiteloos met elkaar overweg. Getrouwd of student, Griek of Duitser: we groetten elkaar over de balkons en er werd naar elkaar geluisterd aan de ontbijttafel. Dan dronken we samen vieze oploskoffie en aten we pannenkoeken belegd met banaan. Ik bevond me hier op de banana pancake trail, het gebaande pad in Azië. Bestemmingen op deze route worden platgelopen door toeristen. Je kan hier tegen het thuisfront zeggen dat je in India bent, maar stiekem bevind je je in een vakantieresort. Het echte India vond ik er niet.

Het was heerlijk en ik had het even nodig.

Amsterdam staat bekend om haar Wallen, de Nachtwacht en natuurlijk de wiet. Manali staat bekend om haar hasj, het is de hasj-hoofdstad van de wereld. Het beroemde plantje groeit hier zelfs langs de weg en elke Indiër heeft wel ergens een bolletje liggen voor de stiekeme verkoop. Toen ik zestien was vond ik het spannend en leuk, maar toen ik zeventien was had ik er genoeg van. Ik word loom en ongezellig van het blowen. Bij alcohol moet ik aan seks denken, bij marihuana aan muffe geuren en in zichzelf gekeerde figuren. ‘Here’, zei Robert vaak. Dan hield hij een smeulende joint voor me. Meestal wees ik af, maar die enkele keren dat ik wel toehapte is vaker geweest dan alle afgelopen jaren bij elkaar. Robert begon voor tien uur ’s ochtends en draaide de laatste vlak voordat het licht van zijn kamer uitging, zo ging dat. Hij was het gewend. Hij gebruikt veel meer, zijn obsessie voor drugs heeft iets interessants en is minder triest dan het klinkt. In het grauwe en grijze Londen gebruikt trouwens iedereen, ik kan het weten want ik ben er geweest.

Het contact tussen ons verliep moeiteloos, men vergiste zich als ze vroegen of Robert en ik jeugdvrienden waren. Het was gezellig en makkelijk, dat heb je met sommige mensen. Politiek, vrouwen en zingeving werden niet besproken, daar had toch niemand een antwoord op. In plaats daarvan was Robert de hele dag aan het zeiken en klagen. Ergens in zijn ontwikkeling had hij geleerd om dit op een amusante manier te doen, het gekanker met deftig accent had iets vermakelijks. ‘India is a shit country and the Indian men are children. That’s why I treat them like children!’ Hij werd ziedend toen er werd voorgedrongen in het ziekenhuis – hij had al drie weken diarree – en alles tussen de zee in Kerala en de groene heuvels van de Himalaya vond hij smerig en lelijk. Robert had een hekel aan India maar hij probeerde het al maanden leuk te vinden. Het was een zinloze strijd. Ergens begreep ik zijn gemopper ook wel, het enige verschil was dat ik het allemaal wel leuk vond. De optimist en de pessimist, zelfs de jongen met lang haar en tattoos kon ons waarderen.

Robert zit nu in Mongolië, het dunst bevolkte land ter wereld. Aan zijn berichtjes te lezen heeft hij het leuk, ik ben blij voor ‘m maar ik mis het gezeik.

image
Tibet was dichtbij

De juf in groep zeven vroeg ooit aan de klas wat we wilden worden later, ook vroeg ze naar onze hobbies. De vraag had vast een pedagogisch doel, maar het had ook gewoon nieuwsgierigheid kunnen zijn. Bijna iedereen kreeg de beurt. Serjo, een mollig Turks jongetje zei iets dat ik nooit heb begrepen: ‘Normaal juf. En mijn hobby is slapen.’ Hij was tien en toen al lethargisch. Dit was misschien wel het moment waarop ik besloot dat ik alles behalve normaal wilde zijn. Mijn reis naar India -‘Waarom India?!?’-is er een voorbeeld van.

Echte dromen heb ik niet, het meeste lijkt vanzelf te gaan. Een paar jaar na groep zeven stond ik met een heleboel andere Nederlanders op een Franse camping. Het was zomervakantie dus elk vakje was bezet. Naast ons stond een gezin zonder jonge kinderen. Wel stond er een motor, zo’n gifgroen sportmodel. Met de motor op vakantie, ik wist niet eens dat dat kon. Het idee heeft zo’n tien jaar kunnen broeien, het heeft zich nooit laten foppen door een fietsvakantie of een roadtrip met de auto van moeders. Wat zou ik graag met een motor door het landschap toeren. Ver weg van de pannenkoeken met banaan, op plekken waar ze buitenlanders alleen kennen van de satelliettelevisie. In India kan het en het ziet ernaar uit dat het gaat lukken. Het is waarschijnlijk het beste slechte idee dat ik ooit heb gehad, maar het zou zo maar eens het avontuur van mijn leven kunnen worden.

De afgelopen maanden leerde ik wat simpel motoronderhoud in een garage, ik sprak met Indiërs en buitenlanders over het plan en natuurlijk ging ik op zoek naar een motor. Er is maar één motor geschikt om India te verkennen, dat is de Royal Enfield Bullet. Sinds 1948 komt dit van origine Britse model de fabriek uit rollen. Er bestaat geen andere motor die al zo lang in productie is. De Bullet is geen snelheidsmonster of luxepaard, maar wat een karakter. Je zou haar eens moeten horen.

In de glooiende heuvels van Manali leerde ik motorrijden. Op de 4000 meter hoge Rohtang-pas zag ik Indiërs skiën en keek ik neer op de wolken. Inmiddels ben ik weer terug in Kolkata. Beneden staat een 350cc Bullet op me te wachten, het lijkt dan toch echt te gaan gebeuren. Ik vertrek morgen.

image
Op deze gehuurde Bullet leerde ik motorrijden

Ik ben op meer plaatsen geweest. Deze verhalen staan onvoltooid op mijn telefoon. Wellicht maak ik ze nog af. Wel staan hieronder wat foto’s van Delhi, Dharamshala en Amritsar.

image
Als een jager op pad
image
Zo groen als de wallpapers van Windows XP!
image
De jongen met tattoos en lang haar
image
In India kun je overal chai krijgen
image
Verkoper op de Rohtang pas
image
De Beas rivier die door Manali stroomt
Aan de grens met Pakistan
Aan de grens met Pakistan 
image
Twee vrienden in Delhi
image
De grootste moskee van India
image
De Jama Masjid moskee
image
Kleermaker in de straten van Delhi
image
Gids in Delhi
image
Louter autoonderdelen
image
In India doen vrouwen vaak het zware werk
image
Kolkata, ik vertrek morgen!

8 gedachtes over “Aan de Voet van de Himalaya

  1. Lieve Ernest Wat een belevenissen heb jij weer meegemaakt en beschreven. Heel leuk om te lezen. Veel plezier op de motor en ik kijk uit naar jouw volgende verhaal.
    Liefs en dikke kus

    Like

  2. Lieve Ernest, ik kan me nog zo goed herinneren dat wij samen het spookhuis binnen liepen, jij pakte snel mijn hand, want wat vond je het eng allenaal. Nu reis je alweer maanden alleen door India, schrijf je prachtige verhalen over jouw belevenissen en leer je ook nog motor rijden om op de motor te toeren. Kleine jongens worden groot… Heel veel plezier!
    Liefs, Margo

    Like

    1. Ook ik lees jou prachtige verhalen, en je schrijft zo leuk, wat mooi om dit allemaal mee te mogen maken, en dan nog op de motor er op uit, nou nog een hele mooie tijd. Groetjes van Ria Reibestein, Marco,s moeder.

      Like

  3. Hey Neef,
    Wat een mooie verhalen weer. Dank dat je ons zo laat meegenieten van jouw avonturen.
    Zoals ik het lees zin het zeker avonturen en dat nemen ze je niet meer af.
    Goed hoor!
    Geniet er nog val

    Like

  4. Ernest, je verhaal is qua inhoud, opbouw en teneur compleet anders dan de vorige verslagen en het einde abrupt, ineens in kolkata. je zal wel in een andere “fase” zitten. hoe mooi is dat. laat die verhalen maar in je telefoon; die leen ik wel een keer. Ik hoop dat je met die motor komt waar je wilt zijn. met nadruk op zijn. Mijn zegen heb je! Daar heb je niet veel aan want met die motoractie heb je jezelf verlaagd tot het niveau van mijn beste slechte ideeën.

    oh ja, neem een doos benzo`s voor mij mee. je weet wel, als souvenir.
    kus!

    Like

  5. Hoi
    Inmiddels zit mijn maand INIDIA er al weer op, vrijwilligerswerk ervaren in het kindertehuis in Nainar Palaiyam in Zuid India en wat heb ik vaak aan jouw verhalen en ervaringen gedacht toen ik daar zelf soortgelijke ervaringen had.
    Doordat ik te gast was bij Indiase mensen en daar met hen het dagelijkse leven samen met hen leefde, heb ik vanuit de binnenkant deze samenleving leren kennen.
    Hoe totaal verschillend de cultuur en het land dan ook is, liefde is overal hetzelfde 🙂
    Alhoewel ik wel een week nodig heb gehad om te “wennen” aan het grote verschil tusen mannen en vrouwen ! en alles wat dar mee samen hangt. Pas nadat ik ’s avonds een keer met een andere vrouw samen in het dorpje had rondgelopen, bleek dat ik daar toch mezelf in kon zijn.
    EN Vooral het contact met de kinderen uit het tehuis was HEEL speciaal.
    Dat is wat mij ook raakt in jouw verhalen : het contact met de gewone mens.

    Ik hoop dat jouw ervaringen met de motorfiets nog online komen ……

    Groetjes en nog veel plezier.
    Yvonne

    Like

Geef een reactie op Remi Reactie annuleren